Nieuwsbrief Progressiegericht Werken 869

Training Progressiegericht Leidinggeven (start 14 april 2026): In deze training progressiegericht leidinggeven van vijf sessies, die gegeven wordt door Gwenda Schlundt Bodien en Coert Visser  leert u als leidinggevende om sneller en prettiger progressie te bereiken met uw team. 

► Training Progressiegericht Coachen & Adviseren (start 14 april 2026). De intensieve training progressiegericht coachen wordt verzorgd door Coert Visser en Gwenda Schlundt Bodien. De training is bedoeld voor (team-)coaches, coachende docenten, adviseurs en trainers die progressie willen bereiken met hun cliënten en studenten.

► De reden voor het verzoek

Een progressiegerichte techniek die in het bijzonder vaak gebruikt wordt door deelnemers aan onze trainingen is progressiegericht nee zeggen. Je collega vraagt je bijvoorbeeld of hij muziek aan mag zetten op jullie werkkamer, en jij wil dat niet. Of je leidinggevende vraagt je de deadline voor je project met een maand te vervroegen en je kunt dat niet doen. Of een medewerker vraagt je om een promotie en een salarisverhoging die jij als leidinggevende niet wilt honoreren. Of je kind 8-jarige vraagt je of hij alleen op de fiets door de drukke stad naar school mag voortaan, terwijl zijn fietsvaardigheden niet goed genoeg zijn. In al deze situaties kun je ervoor kiezen om progressiegericht nee te zeggen. 

► Vluchtige generalisatie: waarom sociaal pessimisme en ondersocialiteit blijven bestaan

Epley et al. (2022) toonden aan dat mensen de neiging hebben om minder sociale contacten aan te gaan dan goed zou zijn voor hun eigen welzijn. Zij noemden dit verschijnsel ondersocialiteit. Uit hun onderzoek bleek dat we sociaal pessimistisch zijn. We onderschatten hoeveel we van gesprekken met onbekenden zullen genieten, hoeveel we ervan leren, en hoe weinig ongemakkelijk ze in werkelijkheid zijn. Maar als we dan toch zo’n gesprek hebben en merken dat het meevalt, waarom passen we onze verwachtingen dan niet duurzaam aan? Nieuw onderzoek van Atir en Epley (2026) onderzocht deze vraag en ontdekte een patroon dat ze fleeting generalization noemen, in het Nederlands te vertalen als vluchtige generalisatie. Hieronder beschrijf ik dit onderzoek en de bevindingen, en deel ik mijn eigen gedachten erover. Daarbij relateer ik vluchtige generalisatie aan eerder onderzoek naar onder andere de liking gap en het spotlighteffect.  

► Causaliteit heroverwogen (1): niet veroorzaken maar mogelijk maken

Stel je twee situaties voor. In de eerste duw je een biljartbal. Hij rolt. De richting en snelheid zijn voorspelbaar uit de kracht en de hoek van je duw. Dit is causaliteit in zijn zuiverste vorm: oorzaak en gevolg, direct en mechanisch. In de tweede situatie open je een deur. Achter die deur ligt een gang met vertakkingen. Wie er doorheen loopt, waarheen, en waarom — dat bepaal jij niet. Je hebt geen effect veroorzaakt. Je hebt iets mogelijk gemaakt. Dit onderscheid — tussen veroorzaken en mogelijk maken, in het Engels tussen causation en enablement — klinkt misschien als een semantisch verschil. Maar ik denk dat het een van de belangrijkste onbenoemde inzichten is voor iedereen die werkt met motivatie, leren en gedragsverandering. Het verklaart waarom interventies soms “werken” en soms niet. Het verklaart waarom effectgroottes in onderzoek vaak klein zijn. En het verandert de manier waarop we over effectiviteit zouden moeten nadenken — niet alleen van interventies, maar ook van psychologische toestanden als groeimindset en autonome motivatie.  

►  Causaliteit heroverwogen (2): causale diagrammen als sleutel tot oorzakelijk denken

De informaticus en filosoof Judea Pearl laat zien dat we slechter zijn in causaal redeneren dan we denken. Hij ontwikkelde een wiskundig raamwerk om dat te verhelpen. Pearls werk heeft de epidemiologie al ingrijpend veranderd: causale diagrammen zijn daar inmiddels een standaardvereiste in toptijdschriften. In de economie en de kunstmatige intelligentie groeit zijn invloed ook gestaag. De psychologie — een discipline die voortdurend causale claims wil doen maar daar methodologisch slecht op is toegerust — begint zich langzaam te openen voor diezelfde ideeën.  

Nieuwsbrief Progressiegericht Werken 868


Training Progressiegericht Leidinggeven (start 14 april 2026): In deze training progressiegericht leidinggeven van vijf sessies, die gegeven wordt door Gwenda Schlundt Bodien en Coert Visser  leert u als leidinggevende om sneller en prettiger progressie te bereiken met uw team. 

► Training Progressiegericht Coachen & Adviseren (start 14 april 2026). De intensieve training progressiegericht coachen wordt verzorgd door Coert Visser en Gwenda Schlundt Bodien. De training is bedoeld voor (team-)coaches, coachende docenten, adviseurs en trainers die progressie willen bereiken met hun cliënten en studenten.

► Progressiegerichte vraagtechnieken

Sinds de introductie van progressiegericht werken in 2011 heeft deze benadering een vaste plek verworven in de gereedschapskist van coaches, leidinggevenden en hulpverleners. Toch blijkt in de praktijk dat veel professionals zich beperken tot een handvol vertrouwde technieken – denk aan de nuttigheidsvraag of de cirkeltechniek – terwijl er een schat aan andere interventies beschikbaar is. Het overzicht dat ik hier geef, bevat verschillende vraagtechnieken, waarvan er vast meerdere zijn die nieuw voor je zijn of die je nog niet actief inzet. Deze technieken kunnen heel behulpzaam zijn in uitdagende gesprekken. Hopelijk brengt het overzicht je weer op wat nieuwe ideeën om uit te proberen.  

► CPW zeven stappen aanpak in makkelijke taal

Met de CPW zeven stappen aanpak kun je als coach of begeleider je cliënt helpen bij het bereiken van een doel of het oplossen van een probleem. Hier kun je een podcast vinden over de aanpak, hier een animatie ervan en hier een toelichting op de logica ervan. Sommige coaches en begeleiders werken met anderstaligen en dan kan het belangrijk zijn om eenvoudiger Nederlands te gebruiken. In het document hierna vind je de CPW zeven stappen aanpak in makkelijke taal (A2 – ERK).  

► Betekenisgebaseerd leiderschap in organisaties: 4 kanttekeningen

Van Knippenberg, Wu en De Haas (2026) publiceerden een studie over wat zij meaning-based leadership noemen – in het Nederlands te vertalen als betekenisgebaseerd leiderschap. Het gaat om leiderschap dat draait om het verbinden van het dagelijkse werk aan het hogere doel van de organisatie. Het concept werd geïntroduceerd door Van Knippenberg (2020) en wordt nu voor het eerst empirisch getoetst. Het onderzoek leverde interessante bevindingen op. Tegelijk riep het bij mij gedachten en vragen op. In dit artikel beschrijf ik eerst het onderzoek. Vervolgens deel ik mijn reflecties en kanttekeningen en bespreek ik de relevantie voor progressiegericht werken.  

► Past deze methode bij progressiegericht werken?

Ik vind het soms lastig om in te schatten of een bepaalde methode die wordt voorgesteld door collega’s en medewerkers past bij de progressiegerichte benadering. Dat zei een directeur van een onderwijsinstelling een tijdje geleden tegen me. Hoe maak ik die inschatting? 

► Hoe begrijpen we psychopathologie: biologisch of sociaal?

In een eerder artikel pleitte ik voor voorzichtigheid in het gebruiken van psychische labels als ADHD, OCD en autisme. Ik schreef daarin dat hoogleraar Laura Batstra waarschuwt dat we gedrag te snel pathologiseren: een label beschrijft dat iemand onrustig is, maar verklaart niet waarom. Toch blijven we zoeken naar “de oorzaak” in het brein of de genen. Waarom lukt het ons maar niet om die context – de school, het gezin, de maatschappij – serieus te nemen als primaire verklaring? Eric Turkheimer, psycholoog aan de Universiteit van Virginia, biedt in een recent essay in World Psychiatry een denkkader dat helpt deze impasse te doorbreken. Zijn centrale vraag is: op welke schaal moeten we psychopathologie eigenlijk begrijpen voordat we gaan zoeken naar oorzaken?  

► Edward Deci is overleden, zijn gedachtegoed is springlevend

Edward Deci staat, samen met Richard Ryan, aan de basis van de zelfdeterminatietheorie. Dat is de meest invloedrijke motivatietheorie van de afgelopen decennia. Deci schreef in 1971 een onderzoeksartikel dat inging op de vraag welk effect extrinsieke beloningen kunnen hebben op intrinsieke motivatie. 

► Tijdsarmoede: meer geld, minder tijd

De beroemde econoom John Maynard Keynes voorspelde in 1930 nog dat technologische vooruitgang ons zou bevrijden van langdurige arbeid en zou resulteren in overvloedige vrije tijd. Die voorspelling is niet uitgekomen. Het tegendeel blijkt waar. Het fenomeen “tijdsarmoede” beschrijft het chronische gevoel te veel te doen te hebben met onvoldoende beschikbare tijd (Giurge et al., 2020). Het gaat hierbij niet simpelweg om druk zijn, maar om een aanhoudend ervaren tekort dat doorwerkt in welzijn, gezondheid en productiviteit. Onderzoekers ontdekten dat tijdsarmoede een systemisch probleem is geworden dat dwars door inkomensgroepen heen snijdt.  


Nieuwsbrief Progressiegericht Werken 867



Training Progressiegericht Leidinggeven (start 14 april 2026): In deze training progressiegericht leidinggeven van vijf sessies, die gegeven wordt door Gwenda Schlundt Bodien en Coert Visser  leert u als leidinggevende om sneller en prettiger progressie te bereiken met uw team. 

 Training Progressiegericht Coachen & Adviseren (start 14 april 2026). De intensieve training progressiegericht coachen wordt verzorgd door Coert Visser en Gwenda Schlundt Bodien. De training is bedoeld voor (team-)coaches, coachende docenten, adviseurs en trainers die progressie willen bereiken met hun cliënten en studenten.

► Je brein is er om te overleven

Theriault et al (2025) pleiten er in dit artikel voor om meer te gaan denken vanuit het volgende inzicht: de functie van ons brein is om ons te doen overleven. Die kijk op ons brein heeft implicaties voor (psychologisch) onderzoek en (psychologische) interventies. 

► Strategische vragen: krachtige mentale gewoonte voor progressie

Strategische vragen veranderen de manier waarop je omgaat met uitdagingen, doelen en dagelijkse situaties. In een recent artikel in Perspectives on Psychological Science beschrijft psycholoog Patricia Chen (University of Texas at Austin) het verschil tussen vragen als “Ben ik hier wel slim genoeg voor?” en “Wat kan ik proberen om hier beter in te worden?” Het type vraag dat je jezelf stelt bepaalt je motivatie, je gedrag en je progressie.  

► Aansluiten en erkennen

Aansluiten en erkennen zijn twee belangrijke progressiegerichte interventies. Ze liggen in elkaars verlengde, maar zijn niet precies hetzelfde. Met aansluiten laat je merken dat je het perspectief van je gesprekspartner hebt gehoord, dat je er goed naar hebt geluisterd. Met erkennen laat je merken dit perspectief valide en logisch is, gegeven hoe de ander de situatie ervaart. 

► Hoe uitspraken over beperkte ontwikkelbaarheid zichzelf waarmaken

Onlangs kreeg ik een interessante vraag over ontwikkelbaarheid van comptenties van een oud-cursist. Hij vertelde me over een leiderschapsprogramma bij een grote organisatie waar hij bij betrokken was. Het programma zat op zich goed in elkaar: er was een heldere visie op leiderschap die netjes was vertaald naar competenties voor de deelnemers. Toch viel hem iets op dat hij als ondermijnend ervoer. Bij sommige competenties in het profiel stond een labeltje met een inschatting van de leerbaarheid. Bij de competentie ‘Strategische Behendigheid’ stond bijvoorbeeld: ontwikkelbaarheid ‘matig’. Dit was zichtbaar voor de deelnemers. Zijn vraag aan mij was: hoe denk jij hierover? Laat ik vooropstellen: de professionals die zo’n model maken, doen dat zelden met kwade bedoelingen. Waarschijnlijk willen ze eerlijk zijn en voorkomen dat deelnemers gefrustreerd raken als de ontwikkeling niet gemakkelijk gaat. Toch is dit label problematisch. Ik heb mijn antwoord aan de vragensteller opgebouwd langs twee lijnen: de logische houdbaarheid van de stelling en de psychologische impact ervan. 

► De D-factor en primaire wereldbeelden: de wereld zien als lelijk en zinloos

In eerdere artikelen besprak ik de D-factor (de gemeenschappelijke kern van alle donkere persoonlijkheidstrekken), de maatschappelijke oorzaken ervan, en de waarden die ermee samenhangen. We weten dat mensen met een hoge D-factor geneigd zijn hun eigenbelang te maximaliseren ten koste van anderen, en dat ze dit gedrag rechtvaardigen met cynische overtuigingen. Nieuw onderzoek van Schrödter & Hilbig (2026) voegt hier een belangrijk puzzelstuk aan toe. Het kijkt niet naar gedrag of rechtvaardigingen, maar naar beleving: door wat voor bril kijken deze mensen naar de werkelijkheid? De uitkomst is interessant: ze zien de wereld niet alleen als een strijdtoneel, maar als een zinloze woestijn — saai, lelijk, en zonder inherente betekenis.